Een politieke partij hoort meer te zijn dan een sluwe marketingmachine. Idealiter is het een maatschappelijke organisatie die een visie uitdraagt, kiezers overtuigt en een positieve verandering mogelijk maakt.
Wat we sinds 2002 in toenemende mate hebben gezien, zijn partijen die vooral luisteren naar wat populair is en wat makkelijk scoort bij de minder geïnformeerde potentiële kiezer. Partijen bedienen zich van slogans en one-liners die zoveel mogelijk stemvolk mobiliseren.
Onderliggend zijn er een aantal problemen te onderkennen.
- Sommige partijen verspreiden leugens en doen stoere praat, gebaseerd op niet-onderbouwde onderbuikgevoelens van kiezers (pleonasme)
- Kamerleden blijken vaak “plucheplakkers”: ze zitten er voor zichzelf, voor het hoge salaris, en blijkbaar niet in de eerste plaats om daadwerkelijk problemen op te lossen. Bij het oplossen van problemen horen soms maatregelen die het brede publiek niet leuk vindt. We zien dat dergelijke maatregelen vermeden worden. Sterker nog, impopulaire maatregelen komen uiteraard van die andere partij en zijn natuurlijk schandalig.
- Er bestaan politieke partijen waar de aanhang niets te zeggen heeft. Er is een cult partij te onderkennen die regelrechte onzin predikt. En bijbeunt in commerciële activiteiten en funding. De kiezer komt hier niet makkelijk tussen, tenzij je de cultheld(in) aanbidt. Er is zelfs een partij zonder leden. De oprichter claimt een grote achterban, maar deze groep stemmers heeft niets in te brengen of te vernieuwen. Deze lijsttrekker kan bovendien niet met pensioen anders mist hij persoonsbescherming. Niets is gericht op het algemeen belang, alles is gericht op overleven. Daar mag alles voor wijken (onwaarheden, gevaarlijke uitspraken, kabinet laten struikelen). Geen kiezer, kamerlid of minister van deze leden loze partij kan mee beslissen.
- Eén-thema partijen of 'one-issue' partijen vormen ook een probleem. In Nederland komt zo'n partij op voor dieren, voor boeren, positioneren zich tegen vluchtelingen of een bepaald type buitenlander, of zijn juist unisono voor nieuwe Nederlanders, specifieke minderheden of senioren vanaf 50 jaar. Dit leidt tot een overmatige focus op deelbelangen en staan afgewogen verbeteringen in de samenleving ronduit in de weg.
![]() |
| Algemene Beschouwingen juli 1980. Nationaal Archief, Rob C Croes - Anefo. |
Hoe kan het beter?
- Laten we weer kiezen voor een geloofwaardige visie. Met het lef om ook impopulaire maatregelen te verkondigen. Gedurende de zittingstermijn en ook in de aanloop naar de verkiezingen. En deze te verdedigen, transparant te zijn en te geven en nemen in een coalitie. Zo gaat dat. Niet dag 1 al met peilingen meegaan. Nee, jij als politicus hebt wat te zeggen en te bereiken8 voor het land. Je bent geen schoothond van anders geschoold publiek. Denk je dat een schoenmaker een peiling houdt voordat-ie een hak zet?
- Laten we alleen nog partijen toestaan met leden. De aangesloten leden van een politieke partij zijn de actieve kiezers in de samenleving. Zij moeten iets te zeggen hebben. Dat is democratie. Deze leden kunnen gezamenlijk een visie maken en signalen afgeven dat een visie bijgesteld moet worden. En van een partijpoliticus of partijleider verlangen dat zij of hij zich tijdig aanpast of anders een toontje lager moet zingen (op de bus gaan zitten, burgemeesterspost zoeken, maar niet voor een lobbykantoor werken).
- Eén-themapartijen moeten we niet meer willen. Volwaardige partijen wegen juist verschillende thema’s af en komen daardoor met goed doordachte voorstellen voordat ze deze aan het publiek presenteren. Door het toestaan van 'one-issue' partijen is gebleken dat er kamerleden binnenstromen met minder vaardigheden. 'Denk' aan partijen als 50+, bijéén, en ook BBB. Van lager allooi en toch emplooi. In 2002 tijdens het drama met kamerleden van LPF riepen we toch al: "Hé, verrek, kamerlid zijn, blijkt ook een vak!"
- Aanvullend, voer een drempel van drie zetels in de Tweede Kamer in. Aanstaande kamerleden worden dan gedwongen om zich binnen een goed georganiseerde politieke partij naar boven te werken. Zo'n politicus kan zich scherpen aan ervaren collega's en hun ideeën worden afgewogen tegen andere belangen. Dat is degelijker, eerlijker en realistischer. Eén-themapartijen dwarsbomen momenteel een optimale besluitvorming. Eerlijk is eerlijk, heel soms heeft een partij met 2 zetels of minder nog nut. Maar de praktijk leert dat Groep Watt&Halfwatt worstelende organisaties zijn die onvoldoende ruggensteun van de kiezer hebben en bij menig verkiezingsmoment naar de afgrond loeren.
- Afsplitsingen zijn vaak tijdelijke fenomenen. Zo’n Fractie Nergenshuizen wenst het pluche en het salaris om begrijpelijke reden aan te houden, maar mensen… verbiedt voortaan een afsplitsing uit een partij als het afsplitsend kamerlid persoonlijk minder dan het vereiste aantal stemmen voor 1 zetel heeft binnengehaald. Ja, Fractie Nergenshuizen en Groep Watt&Halfwatt mogen meedoen aan de verkiezingen, maar dienen wel 3 zetels te halen. Anders inschikken of het licht uit doen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten